top of page

Anderstalige nieuwkomers vinden de toekomst van hun kinderen niet zo belangrijk.

ree

Een beetje een onnozele binnenkomer, ik besef het, maar achter deze ongenuanceerde quote schuilt echter een complexe realiteit. De toekomst van kinderen ligt ouders natuurlijk erg nauw aan het hart, ook bij anderstalige nieuwkomers. Maar hoe ouders betrokken (kunnen) worden bij de schoolloopbaan van hun kinderen, hangt sterk af van hoe scholen en beleid participatie mogelijk maken. Wat weten we écht over ouderbetrokkenheid bij migrantenouders in Vlaamse basisscholen? En hoe kunnen we als samenleving verder bouwen aan een beleid dat wérkt? Minister Demir heeft heel wat ideeën en dat is absoluut toe te juichen. Toch onderschat ze mogelijks de impact van de ouder die het allerbeste voorheeft met zijn/haar kind.


Ouderparticipatie in Vlaanderen: wat weten we al?

Uit onderzoek blijkt dat Vlaamse basisscholen steeds meer inspanningen leveren om ouders te betrekken. Toch is er sprake van een ongelijke participatie. Ouders met een migratieachtergrond (onder meer uit Bulgarije, Oekraïne, Roemenië, Spanje, Turkije of Polen etc.) voelen zich niet altijd welkom of begrijpen de werking van het Vlaamse schoolsysteem onvoldoende. Daar zijn verschillende verklaringen voor:


  • taalbarrières maken het moeilijk om schoolcommunicatie te begrijpen of aan ouderavonden deel te nemen.

  • culturele verschillen zorgen voor uiteenlopende verwachtingen: ouders zijn gewend aan andere rollen voor leerkrachten of in hun cultuur minder direct betrokken bij het schoolgebeuren.

  • structurele drempels, zoals onregelmatige werkuren of gebrek aan kinderopvang, verhinderen actieve participatie. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat de werkzaamheidsgraad iets lager ligt bij migranten dan bij de autochtone mensen (ongeveer 13%).


Tegelijkertijd weten we dat waar scholen proactief inzetten op laagdrempelig contact, wederzijds vertrouwen groeit. Informele babbels aan de schoolpoort, een warme ontvangstcultuur en respect voor culturele diversiteit maken wel degelijk het verschil.


Volgens het meest recente voorstel van minister Demir gaan we het kindergeld koppelen aan ‘taalinspanningen’. De minister stelt voor om het kindergeld te herbekijken wanneer ouders “onvoldoende inspanningen” leveren om hun kinderen Nederlands te laten leren. De intentie – meer taalstimulatie – is op zich begrijpelijk. Taal is de sleutel tot onderwijskansen. Maar de vraag is: werkt dit? En is het uitvoerbaar? Enkele bedenkingen hierbij:


✖ Haalbaar?

Netoverschrijdende samenwerking, zoals beoogd in het voorstel, vereist afstemming tussen onderwijs, kinderopvang, welzijnssector en VDAB. Die samenwerking staat vandaag nog in haar kinderschoenen. Zonder stevige ondersteuning dreigt de verantwoordelijkheid bij scholen terecht te komen, die nu al kreunen onder planlast.


✖ Objectief meetbaar?

Wat is een “voldoende inspanning”? Gaan we ouders punten geven op aanwezigheid bij oudercontacten? Op het gebruik van thuistaal? En wie gaat dit controleren? Leerkrachten, maatschappelijk werkers, ambtenaren? De invoering van zo’n systeem is niet alleen moeilijk te implementeren, maar verhoogt ook het wantrouwen en de polarisatie.


✖ Doeltreffend?

Dreigen met financiële sancties zet ouders zelden in beweging op een duurzame manier. Wat wel werkt? Positieve benadering, vertrouwen opbouwen, en ouders ondersteunen in plaats van sanctioneren. Scholen met een sterk gemeenschapsgevoel (ik behoor tot de 'community'), tonen dat investeren in oudernetwerken en buurtwerking betere resultaten oplevert.


Hoe het wél kan?

In plaats van te focussen op controle en sanctionering, pleit ik voor een aanpak die:


  1. taalstimulering via ouders ondersteunt

    Voorzie gratis en toegankelijke taallessen voor ouders, gekoppeld aan de school (vb. tijdens de schooluren, mét kinderopvang). Er kan ook een keuze gemaakt worden om dit tijdens de voorschoolse- en naschoolse opvang te organiseren zodat ouders na de taallessen (of ervoor) ook nog gewoon hun job kunnen doen.

  2. professionals versterkt in interculturele communicatie

    Geef leerkrachten en zorgcoördinatoren vorming in omgaan met diversiteit. Betrokkenheid start bij begrip. Communicatie zorgt ook voor een grotere nabijheid maar het vormingsbudget was al vaak weer op vooraleer we het goed en wel doorhadden.

  3. vertrouwen centraal stelt

    Creëer laagdrempelige contactmomenten zoals oudercafés, huisbezoeken of meeloopdagen. Participatie vraagt tijd en relatieopbouw. De investering is het waard!

  4. gelijke kansenbeleid uitbreidt via samenwerking

    Lokale besturen, OCMW, integratiediensten en scholen kunnen samen oudernetwerken ondersteunen. Initiatieven zoals Huis van het Kind tonen al het grote potentieel.

  5. communicatie anders organiseert

    Werk met beeldtaal, eenvoudige taal, tolken of digitale tools (bv. via WhatsApp, pictogrammen of videoverhalen) om ouders echt te bereiken.


    Tot slot

    Wie beweert dat ouders van anderstalige nieuwkomers de toekomst van hun kinderen niet belangrijk vinden, mist de nuance. Het gaat niet om onwil, maar om onmacht. Het is aan ons – scholen, beleid en samenleving, om die kloof te dichten, niet met sancties, maar met bruggen. Want pas als ouders zich erkend en begrepen voelen, kunnen ze ook écht partner zijn in de schoolloopbaan van hun kinderen.

 
 
 

Opmerkingen


©2025 door iDenK.be

bottom of page